ONZE UITGANGSPUNTEN

1. BESCHIKBAARHEID

We zijn geroepen om BESCHIKBAAR te zijn voor God en voor anderen.

•    Allereerst beschikbaar aan God in de ‘cel’ van ons eigen hart wanneer we innerlijk stil worden en ons tot Hem keren, en zijn ‘aangezicht’ zoeken.

•    Daarna beschikbaar voor anderen vanuit de oproep om gastvrijheid te practiseren. Daarbij onderkennen we dat in het welkom heten van anderen, we Christus zelf eren en welkom heten.

•    Verder in het beschikbaar zijn voor anderen, door deel te nemen aan Gods zorg en aandacht voor hen. We doen dit door te bidden en voorbede te doen voor hun situaties in de kracht van de Heilige Geest.

•    Daarna om beschikbaar te zijn aan deelname aan het praktisch uitreiken van diverse aard, overeenkomstig de roeping die God geeft en initiatieven van de Geest.

2. KWETSBAARHEID

We zijn geroepen tot welbewuste en weloverwogen KWETSBAARHEID.

•    We omarmen de kwetsbaarheid van het aangesproken willen worden (willen leren):

o   Door God zelf. Dit wordt uitgedrukt in een discipline van gebed
o   In het ons laten aanspreken door de bijbel
o   In een bereidheid om ons te willen laten gezeggen door anderen, en in het op orde brengen van ons hart en handelen ten einde verandering te zien ontstaan.

•    We omarmen de verantwoordelijkheid van het gaan van de ‘ketterse, alternatieve weg’ door:

o   onze mond open te doen wanneer dat noodzakelijk is en de ‘lastige’ vragen te stellen die de bestaande gang van zaken in onrust kan brengen.
o   relaties de prioriteit te maken, en niet onze reputatie.

•    We omarmen de uitdaging om als ‘kerk zonder muren’ te leven, door:

o   openlijk onder ongelovigen en anderszins gelovigen op een zodanige manier te leven dat het leven van God in ons gezien kan worden, kan worden uitgedaagd en ter discussie kan worden gesteld. Dit zal betekenen dat we betrokken zullen zijn in het ontwikkelen van vriendschappen buiten onze eigen Christelijke ghetto’s en club mentaliteit. En dat niet met onderliggende evangelisatie-motieven, maar omdat we echt om anderen geven.

 IMG_1058 2

 

DE DRIE VRAGEN DIE DE KOERS BEPALEN

1. WIE IS HET DIE IK ZOEK?

Alles om ons heen schreeuwt om aandacht. En wie of wat het hardst schreeuwt krijgt meestal onze aandacht. We leven daarom sterk vanuit het reageren op de impulsen die de omgeving op ons afvuurt. Het westerse consumentisme drijft in hoofdzaak op deze oriëntatie. De vraag waar het meestal om draait is “WAT is het dat ik zoek”. En wat een onrust en verwarring creëert dit. We hebben een nieuwe oriëntatie in ons leven nodig.

Wil ik in harmonie met mezelf en anderen leven dat zal ik moeten leren om voortdurend de vraag onder ogen te zien: “WIE is het die ik zoek”.  Psalm 27:8 omschrijft dit als volgt: “Mijn hart zegt u na: “Zoek mijn nabijheid! ”Uw nabijheid Heer, wil ik zoeken”.

Dat is vernieuwing van oriëntatie.
Dat is leren te gaan leven van binnenuit naar buiten, vanuit je geest uitvloeiend naar je ziel. Dat is ook wat Paulus bedoelt met wandelen door de Geest. Jezus is daarin ons voorbeeld, Hij zocht steeds de Vader. Leven vanuit je bewustzijn; vanuit geestelijk wakker zijn. Dat moet de focus zijn.

2. HOE MOET IK LEVEN?

Hierbij draait alles om transparantie.
Jezus is ook hierin mijn voorbeeld. Hij zegt: “Wij mij gezien heeft, heeft God gezien”.

–   Hij zocht geen eigen eer; de wil van de Vader was zijn leidraad.
–   Jezus gaf niet om reputatie. Als je Christus in je draagt, zal dat vaak ten koste gaan van je reputatie.
–   Jezus ging niet voor het grote succes. Uiteindelijk bleven er aan het eind maar weinigen over die hem volgden.
–   Jezus was Dienaar geen Heerser. Hij liet dingen soms gewoon gebeuren, manipuleerde niet en oefende geen controle uit op mensen.
–   Hij durfde zich afhankelijk te maken van anderen (Martha, Maria, Lazarus, Bethanië, de vrouwen die hem dienden, etc.)
–   Had geen bezit en een huis (Matt.8:20 “De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen”)
–   Voor velen had hij een veel te provocerende levensstijl. Ging om met hoeren, tollenaars, maar ook met de corrupte rijken. Waar ga ik mee om?
–   Jezus was ongrijpbaar, niet goed te plaatsen, wekte voortdurend irritatie op.

Vragen die ik mezelf in dit verband moet stellen zijn:

–   Hoe belangrijk is eer voor mij?
–   En mijn reputatie, bezit, positie?
–   Wat betekent voor mij dienen als de schijnwerpers uit zijn en niemand het ziet?
–   Welke concrete rol speelt het geven en ontvangen van gastvrijheid.
–   Hoe kwetsbaar en transparant stel ik me op naar anderen?
–   Hoe belangrijk vind ik mijn privacy, zelfbescherming?
–   Durf ik van geest tot geest te communiceren, zodat mensen mijn hart leren kennen. Met alle risico’s die daaraan verbonden zijn?

Allemaal vragen die een rol spelen rondom de grote vraag : “Hoe moet ik Leven?” Hoe ontwikkel ik een levensstijl van woordeloze evangelieverkondiging.

 3. HOE SLAAN WE EEN BRUG NAAR DE ANDER?

In 1978 kwam Bony M. met het nummer “Rivers of Babylon”. Weet je nog hoe het klonk? Luister hier. Het werd een geweldige hit.  Het nummer was gebaseerd op Psalm 137:1-4 “Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren. Daar durfden onze bewakers te vragen om een lied, daar vroegen onze beulen (cynisch): “Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion”. Het antwoord van de Joodse ballingen was: “Hoe kunnen wij zingen een lied van de Heer op vreemde grond?”

Ook christenen zijn in zekere zin ballingen, vreemdelingen en pelgrims. Als volgelingen van Jezus in ons continent leven we n.l. in een samenleving die ons niet zo staat toe te juichen. We worden voortdurend uitgedaagd om antwoorden te geven op confronterende vragen. Cynisch vraagt onze omgeving. “Hoe relevant is jullie God voor onze samenleving”. Eigenlijk best een goede vraag. Ja, hoe relevant zijn christenen eigenlijk voor de wereld? Worstelen met deze vraag ligt ons echter niet zo. Misschien juist daarom trekken we ons vaak terug in onze christelijke bastions?

Al zoekend kiest JmeO-Arnhem/Nijmegen er serieus voor om in te gaan op de uitdaging van de wereld rondom ons. En dat is best moeilijk; er zijn geen pasklare antwoorden

Wat moesten de Joodse ballingen in Babel doen?
Jer. 29:4-7 “Bouw huizen, leg tuinen aan, ga trouwen, krijg kinderen en bid voor je stad en dorp. Zet je in voor haar bloei.” En dat geldt ook voor ons. Integreer je in de samenleving. Ga meedoen met initiatieven in je stad en dorp. Wees beschikbaar voor je omgeving. Ontwikkel een positieve instelling t.o.v. je directe woonomgeving en land.

Maar wees wel realistisch
Het zal n.l. veel tijd gaan kosten.

Uiteindelijk zou praktisch niemand van de Joodse ballingen terugkeren naar Jeruzalem. Er ging n.l. 70 jaar voorbij en er kwam een nieuwe generatie. Anderen zouden de vruchten gaan plukken. Mijn overtuiging is dat onze ballingschap in het huidige Europa nog vele jaren zal kunnen duren en dat we ons daarop moeten voorbereiden.

Nog enkele suggesties:

–   Blijf dicht bij je eigen hart/geest (daar waar Jezus woont)
–   Deel je geest, je innerlijk, met je omgeving, met je medegelovige maar ook met je niet ze gelovige buurman.
–   Laat wat je uitleeft voor je omgeving voor zichzelf spreken.
–   Ontwikkel een lange-termijn perspectief op geestelijke en maatschappelijke verandering.
–   Wees ‘zout en licht’